“Esther, waar laat ik m’n armen als ik voor een groep sta?” Deze vraag krijg ik zo vaak tijdens presentatietrainingen! Hoog tijd dus voor een blog hierover.

Zie hier het resultaat van een dolkomische brainstorm. Deze leverde dertien veelvoorkomende houdingen op. En deze heb ik voor jou omgezet in 13 types: van Boer tot Frummelaar…

Dertien types: van Boer tot Frummelaar

Hoe sta je nu het best als je presenteert? Waar laat je je handen of je armen? Er zijn in ieder geval 13 houdingen die een negatief effect op jouw presentatie: het leidt de aandacht af of het schept afstand. Handen, armen en zelfs billen en benen spelen dan telkens een belangrijke rol. Let op:

1.      De Boer:

Fier rechtop met de armen over elkaar. Dit type komt mogelijk zelfs wat bedreigend over.

2.      Het Zeeuws meisje:

Beide armen in de zij. Een houding van: Aanpakken maar!

3.      Het Theekopje:

Rechtop, nu met één arm in de zij. Niet echt comfortabel. Net als bij Het Zeeuws Meisje zet je je armen zo nogal vast en kun je ze niet meer gebruiken om jouw verhaal te ondersteunen.

4.      De Broekzak:

Eén of twee handen in je broekzak oogt al snel vrij nonchalant. Niet doen!

5.      De Schommel:

Beide armen hangend langs je lichaam. Ik hoor weleens dat professionals deze aangeraden hebben gekregen. Maar sorry, ik vind dit type nogal sloom, hangerig en lijzig overkomen.

6.      Het Muurtje:

Staan met beide handen veilig voor ’t kruis. Ik zeg: niet doen.

7.      De Schaatser:

De handen op je rug kan natuurlijk ook, maar oogt wat mij betreft ook niet echt fraai.

8.      De Acrobaat:

Deze ken ik nog van een oud-collega die zijn publiek de schrik op het lijf joeg door met zij volle gewicht te zitten op de rugleuning van een stoel of op de punt van een wiebelige tafel. Hier is ook wel eens echt een tafel omgeklapt…

9.      De Quickstep:

Wippend van je ene op het andere been. Het veelvuldig wisselen van standbeen maakt deze houding erg onrustig.

10.   De IJsbeer:

Kenmerkt zich doordat de presentator zijn ruimte optimaal benut door voor de groep van links naar rechts te lopen. Ook zeer onrustig. Als publiek wordt je bijna uitgedaagd te gaan tellen hoe vaak iemand van links naar rechts loopt.

11.   De Tic:

Bij dit type hebben de armen de onbedwingbare neiging om telkens te controleren of bijvoorbeeld de neus er nog aan zit. Of de haren naar achteren te doen. Eigenlijk komen alle lichaamsdelen ervoor in aanmerking.

12.   De Inktvis:

Extraverte mensen kunnen doorslaan in het maken van ondersteunende armgebaren. Het maakt het plaatje nogal wild…

13.   De Frummelaar:

Ai, deze ken ik zelf. Ik frummel soms onbewust met wat ik maar in m’n handen heb: m’n pointer of een stift. Het is mij overkomen dat aan het einde van een training m’n hele hand onder de rode stift zat…

Natuurlijk is een combinatie van meerdere typen ook mogelijk. Ik ben benieuwd in welk type jij je het meest herkent. Laat bij de reacties gerust een reactie achter. Of wie weet ken je zelfs een houding die er nog niet tussen staat…

Maar, wat is nu wel een goede houding? De Weerman (of -vrouw)!

Mooie basishouding met handen ineengeslagen voor de buik

Wat is nou wél een goeie houding? Zo’n mooie basishouding waarin je handen en armen niet afleiden of afstand scheppen, maar juist iets toevoegen aan jouw presentatie? Zelf voel ik me het fijnst bij beide handen ineengeslagen en ontspannen voor m’n buik. Ik noem ‘m: De Weerman (of zo je wilt: De Weervrouw). Kijk maar eens naar het journaal: de Weermannen en –vrouwen staan er werkelijk prachtig bij.

Vanuit deze basishouding kun je namelijk je handen en armen mooi gebruiken voor gebaren ter ondersteuning van je presentatie. Hoe kleiner de groep, hoe kleiner je je gebaren houdt: bij een groep tot zo’n twintig mensen maak ik m’n gebaren in de cirkel die ik met mijn onderarmen kan maken als ik mijn ellebogen ongeveer tegen de zijkant van mijn lichaam aanhoudt. Is de groep en het podium groter, dan pak ik meer ruimte. En ook dan is die houding met je handen ineengeslagen voor je buik is dan weer een fijne basishouding om telkens naar terug te gaan. Probeer overigens bij het gebruiken van je handen deze ‘open’ te houden, met de binnenkant naar de groep toe. Het geeft je een vertrouwingwekkende uitstraling.

Ik zou zeggen: loop even naar de spiegel en probeer het uit. Succes!

Esther